Pachypodium

Fred Triep's homepage

Wandel Website

Botanie Website

Fotografie Website

Dit artikel verscheen in de Plantage Hortus van juni 1995. In de herfst van 2004 en het voorjaar van 2005 is deze pagina aangevuld met meer tekst en foto's n.a.v. een reis door Madagaskar in de zomer van 2004.

door Fred Triep

Pachypodium is een geslacht van 13 soorten van bovengrondse knolvormige planten (=caudex) tot struiken en bomen uit zuidelijk Afrika. Het geslacht behoort tot de familie Apocynaceae, een familie waartoe vooral tropische planten behoren, maar ook de inlandse Maagdenpalm en de Oleander vallen er onder. Alle planten uit deze familie bevatten melksap.

Pachypodium 's zijn succulente planten, die voor de droge periode water opslaan in hun stam. Zij komen voor in twee gescheiden gebieden. Het ene gebied bevindt zich in het zuidwesten van Zuid-Afrika, Namibië en Angola (met 4 soorten), het andere gebied is het eiland Madagaskar (met 9 soorten). Alle soorten dragen doorns en gedurende het groeiseizoen enkelvoudige bladeren aan de groeipunten. Deze bladeren vallen in de droogteperioden af. De planten dragen aan de uiteinden witte, gele, oranje of rode bloemen.

Vooral de soorten uit Madagaskar zijn vrij laat in cultuur gekomen. Hoewel ze al in de 19 e eeuw beschreven werden, zijn de meeste soorten van dit eiland pas na de tweede wereldoorlog bekend geworden door de reizen van de Heidelbergse botanicus Rauh. Toen bleek, dat enkele soorten (zoals P. lamerei en P. geayi) zo gemakkelijk te kweken waren, dat ze vrij spoedig hun weg vonden naar de kassen van amateur vetplantenkwekers.

Een karakteristieke soort uit Zuid-Afrika is P. namaquanum. De plant vormt onvertakte stammen tot hoogten van 2 meter met daarop een kroon van bladeren. De bloemen ontstaan in deze kroon en zijn roodbruin van kleur met daarin gele strepen. Het hele plantenlichaam heeft 5 cm lange doorns. Hij groeit in de rotsachtige en kale woestijn rondom de Oranjerivier en vormt in het ruige maanlandschap van Namaqualand met zijn flesvormig lichaam een spookachtige verschijning. In de hortus kunt u deze soort vinden in de Zuid-Afrikaanse perken van het woestijncompartiment van de Drie- Klimaten kas.
Een andere soort uit Zuid- Afrika is P. succulentum. Deze plant vormt een verdikt stengel, een caudex. In de natuur schijnt hij bijna niet op te vallen, omdat het grootste deel van de caudex onder de grond zit. Alleen de dunne takken steken boven de grond uit. Ook deze plant staat in het woestijncompartiment van de Drie- Klimaten kas.

Klik op de thumbnail als je de grote foto (145 Kb ) wilt zien

Links: Pachypodium succulentum in het woestijncompartiment van de Drie Klimaten kas in de Hortus

Foto : Fred Triep

 

De soorten P. lamerei en P. geayi komen uit het zuidwesten van Madagaskar, waar ze kunnen uitgroeien tot 'zachtvlezige' bomen van 6 tot 8 meter. Hun plantenlichaam heeft ook doorns en aan de top een kroon van spiraalvormige ingeplante bladeren. Deze zijn leerachtige en lancetvormig en lijken op die van een Oleander. Beide soorten bloeien wit. Ze worden tegenwoordig als kamerplanten aangeboden. P. lamerei wordt in Nederland ook wel Madagaskarpalm genoemd. In de Hortus kunt u ze vinden in het woestijncompartiment van de Drie- Klimaten kas.

voorbeelden van Pachypodium lamerei (de madagaskarpalm)

Klik op de thumbnails als je de grote foto's (respectievelijk 114 Kb en 114 Kb ) wilt zien

Links: Enkele Pachypodium lamerei planten in het woestijncompartiment van de Drie Klimaten kas in de Hortus
Rechts: Een Pachypodium lamerei boom in de tuin van een hotel in Fort Dauphin (Toalagnaro) in Madagaskar


Foto's : Fred Triep

P. lamerei en P. geayi lijken als jonge planten erg op elkaar. P. geayi heeft echter meer haartjes op het lichaam dan P. lamerei. Oude planten zijn gemakkelijker te onderscheiden, omdat de wijze van vertakken verschilt.

voorbeelden van Pachypodium geayi

Klik op de thumbnails als je de grote foto's (respectievelijk 102 Kb, 119 Kb en 122 Kb ) wilt zien

Links en helemaal links: Pachypodium geayi bomen in de Arboretum d’Antsokay bij Toliara (Madagaskar)
Rechts:
Een Pachypodium geayi boom in het Reserve Naturel International de Tsimanampetsotsa ten zuiden van Toliara (Madagaskar)

Foto's : Fred Triep

Naast P. geayi en P. lamerei zijn er nog meer boomvormige Pachypodium soorten. In het noorden van Madagaskar komt de Pachypodium rutenbergianum voor. Deze soort heb ik onder andere gezien ten noorden en ten zuiden van de havenplaats Diego Suarez (= Antsiranana).

voorbeelden van Pachypodium rutenbergianum

Klik op de thumbnails als je de grote foto's (respectievelijk 140 Kb, 69 Kb en 189 Kb ) wilt zien

Links: Pachypodium rutenbergianum in de buurt van Windsor Castle, ten noorden van Diego Suarez (Madagaskar)
Rechts:
De bloemen van een Pachypodium rutenbergianum
Foto's : Fred Triep

Helemaal rechts: Fred Triep gefotografeerd tijdens het fotograferen van een bloeiende P. rutenbergianum in de buurt van Windsor Castle op maandag 9 augustus 2004
Foto : Marianne Van Roy

Tot het geslacht behoren ook soorten met platte knolvormige vormen, zoals P. brevicaule. Deze plant uit Madagascar vormt 60 cm brede afgeplatte bovengrondse stengeldelen, die in de rustperiode er zilvergrijs uitzien. Alleen in het groeiseizoen ontstaan er op enkele punten van de afgeplatte bol langwerpige bladeren. Dit zijn planten, die alleen door gespecialiseerde kwekers gehouden kunnen worden. Bij een te hoge watergift in de rustperiode rotten ze weg. Deze plant is in de Hortus nog niet te vinden.

Een andere knolvormige soort is P. rosulatum. Ook deze plant komt uit Madagaskar en groeit daar voornamelijk in het westelijke deel van het eiland. De variëteit gracilus groeit in het Isalo Nationaal Park in het zuidwesten van Madagaskar. Deze plant komt veel in succulentenverzamelingen voor, helaas vaak verkregen door verzameling uit de natuur waardoor deze mooie plant bedreigd wordt.

voorbeelden van Pachypodium rosulatum var. gracilus

Klik op de thumbnails als je de grote foto's (respectievelijk 116 Kb, 125 Kb, 158 Kb, 74 Kb en 50 Kb ) wilt zien

Links en rechts: Pachypodium rosulatum var. gracilus in het Isalo Nationaal Park in Madagaskar

Foto's : Fred Triep

De foto's van P. rosulatum zijn gemaakt op 14 juli 2004. Waarschijnlijk zijn het vroegbloeiende exemplaren, omdat in de literatuur staat dat ze vanaf augustus bloeien.

Klik op de thumbnails als je de grote foto's (respectievelijk 144 Kb en 133 Kb ) wilt zien

Links: De "jonge onderzoeker" Fred Triep, gefotografeerd tijdens de bestudering van een bloeiende P. rosulatum
Foto : Marianne van Roy

Rechts: Uit de natuur geroofde P. rosulatum knollen op de bloemenmarkt in Antananarivo
Foto : Fred Triep

Determinatietabel

De onderstaande determinatietabel van Pachypodium soorten is een bewerking en vertaling van de tabel uit het boek van Gordon Rowley (zie literatuur).

Nr Omschrijving vraag Dan is het: Ga naar
1. a. De caudex is volledig of bijna volledig onder de grond: de bovengrondse takken zijn relatief dun  2
b. De caudex is volledig of bijna volledig boven de grond 3
2 a. De bloemkroonbuis is dun cylindrisch, met smalle lobben, die eivormige zijn en die met met de smalle kant van het ei aan de bloembodem zitten P. succulentum
b. De bloemkroonbuis is tunnelvormig tot klokjesachtig, met brede eivormig lobben P. bispinosum
3 a. Doorns dennennaaldvormig, meestal in drieën, de twee doorns die lateraal uitgespreid zijn langer dan de centrale doorn die opwaarts gericht is 4
b. Doorns ongeveer kegelvormig, meestal in paren. 8
4 a. De bladeren zijn minder dan 10 keer zo lang als breed; bloemsteel weinig ontwikkeld 5
b. De bladeren zijn ongeveer lijnvormig, 10 of meer keren langer dan breed; bloemsteel goed ontwikkeld 7
5 a. De plant bestaat uit een enkelvoudige opgerichte hoofdstam en nul tot enkele dikke, opgerichte gelede zijtakken  P. namaquanum
b. Caudex bolvormig tot flesvormig of variabel afnemend in breedte tot doorlopende, relatief dunne takvormig bloeistengels 6
6 a. De bladeren zijn aan beide kanten bedekt met fijne haren P. lealii subsp. lealii
b. De bladeren zijn glad en haarloos, behalve voor wat haartjes op de middenrib  P. lealii subsp. saundersii
7 a. De jonge stammen, doorns en bladeren zijn glad en haarloos of op zijn hoogst fijne zachte haren P. lamerei
b. De jonge stammen, doorns en bladeren zijn bedekt door een dichte haarbedekking P. geayi
8 a. Boomvormige planten tot 8 meter hoogte of dunner, maar met een stam die sigaarvormig in dikte afneemt 9
b. Struiken tot 2 meter hoogte met een gezwollen caudex, die abrupt versmallen in een aantal takken 11
c. Dwergplant met een afgeplatte caudex, die veel breder dan hoog is P. brevicaule
9 a. De bladeren langer dan breed tot lijnvormig, tot 16 cm lengte en 4 a 4,5 cm breed 10
b. bladeren eivormig, met de smalle kant aan de basis. Met korte bladsteel . De bladeren tot 12 cm lang en 5 a 6 cm breed, de bloembuis 4 tot 6 cm lang P. rutenbergianum var. sofiensis
10 a. De laterale nerven 25- 60 paren, de bloemkroon wit, 6 tot 7 cm in diameter, bloembuis 25- 35 mm lang P. rutenbergianum var. rutenbergianum
b. De laterale nerven 60- 100 paren, de bloemkroon gewoonlijk paars, 3,5 tot 4,5 cm in diameter, bloembuis 17- 22 mm lang P.rutenbeergianum var. meridionale
11 a. De bloemen zijn rood 12
b. De bloemen zijn geel 13
c. De bloemen zijn wit of ivookleurig, zelden geelachtig 17
12 a. De plant is tot 1 m hoog. De bladeren zijn 5 tot 6 cm lang, bloeisteel 0- 3- (8) cm lang P. baronii var. windsorii
b. De plant is tot 2 m hoog. De bladeren zijn tot 15 cm lang, de bloeisteel is 4- 25 cm lang P. baronii var. baronii
13 a. Het bovenste deel van bloemkroonbuis is breed tunnelvormig, met de helmknop van de stamper in de buitenlucht 14
b. Het bovenste deel van de bloemkroonbuis is cylindrisch tot tunnelvormig, tot 3 keer zo lang als breed 15
c. Het bovenste del van de bloemkroonbuis is klokvormig P. horombense
14 a. Bladeren zonder bladsteel. De kelkbladeren zijn tot 7 mm lang, bloemkroonbladeren tot 3 cm diameter, binnenin glad P. densiflorum var. densiflorum
b. Bladeren hebben een kleine bladsteel. De kelkbladeren zijn tot 4 mm lang. Bloemkroonbladeren kleiner, met kleine haren P. densiflorum var. brevicalyx
15 a. De bloemkroon is uniform helder geel 16
b. De bloemkroon is geel met een bleek oog P. rosulatum fa bicolor
16 a. De takken zijn stevig, kegelvormig, met kegelvormige doorns P. rosulatum var. rosulatum
b. De takken zijn slank en cylindrisch, met bijna dennennaaldvormige doorns P. rosulatum var. gracilis
17 a. De doorns zijn stevig en blijven lang zitten 18
b. De doorns zijn klein, zwart, alleen op de jonge groei aanwezig P. dacaryi
18 a. De stamuiteinden zijn dicht behaard, de bloeistelen zijn 2,5 cm lang of langer 19
b. De stammen zijn haarloos, de bloeistelen zijn onderontwikkeld P. ambogense
19 a. De doorns zijn circa 5 mm lang. De bladeren zijn tot 1 cm breed, aan de onderkant zonder haren. De bloemen staan in 2 tot 5 tezamen P. rosulatim var. inopinatun
b. De doorns zijn 6 tot16 mm lang. De bladeren zijn 2,5 tot 3,5 cm breed, aan de onderkant met fijne haartjes. De bloemen staan in 6 tot 12 tezamen P. rosulatum var. eburneum

Literatuur

Gordon Rowley
The Cactus File Handbook 5-  Pachypodium & Adenium
The Cactus File, Cirio Publishing Services, 1999
ISBN: 0 9528302 7 2
bestellen bij:
The Cactus File - publications for cacti and succulent plant enthusiasts

Verzorging

Heeft u vragen over de verzorging van deze plant? Die kunt u stellen op mijn forum over de verzorging van planten. Misschien weet iemand het antwoord of staat er reeds een antwoord voor u.


Deze pagina is het laatst aangevuld op woensdag 26 oktober 2005.

Voor aanvullingen of reacties, stuur mij een email:

Stuur je reactie ! email: Fred Triep

Terug naar (Return to): Terug naar: